Wie wil daar nu nog zitten met z’n onderneming, vraag ik me dan af. Niemand toch? En dat komt echt niet alleen doordat die gebouwen te lelijk zijn of niet genoeg moderne snufjes hebben. Nee, het heeft volgens mij ook alles te maken met de huidige bedrijfscultuur: de grens tussen werk en vrije tijd is aan het verdwijnen. Werken moet vooral ook ‘relaxed’ zijn.
Jaarrapporten doornemen of lezingen voorbereiden doen we in het park, brainstormen over een nieuwe koers doen we tijdens een potje squash en vergaderen kan prima in het café om de hoek. En daar hoeft het echt geen vrijdagmiddag meer voor te zijn. Gevolg hiervan is dat bedrijven andere eisen gaan stellen aan hun bedrijfsruimte. Zichtlocatie of een goede bereikbaarheid komen al lang niet meer op de eerste plaats. Het gaat tegenwoordig juist om voorzieningen in de directe omgeving van het kantoor. Zoals dus die parken, barretjes, musea of fitnessclubs. En waar vind je die? Precies, in en om het stadscentrum. En vooral niet aan de rand van de stad. Terwijl juist dáár zoveel oude kantoorpanden leeg staan.
Misschien heb ik makkelijk praten: dé Netwerkbeheerder zit aan één van Tilburgs uitvalswegen, op een steenworp afstand van het stadscentrum en met een eigen inpandig bruin café, loungewerkplekken buiten en een benedenbuurman die het nieuwe werken helemaal uitdraagt. Een combinatie van het beste van twee werelden, zeg maar.
Mijn mening: ga mee met de eisen – en voordelen – van deze tijd. Sluit aan bij de bedrijvigheid waar onze huidige kenniseconomie om vraagt. Bedrijvigheid die zich afspeelt in en om de stad. Voor de leegstaandekantoren is vast een geschikte nieuwe bestemming te vinden. Opties daarvoor zijn er volgens mij genoeg: verpleeghuizen, studentenwoningen, hotels, onderwijsinstellingen. In het ergste geval moet een gebouw gesloopt worden. Maar dat is altijd nog beter dan het laten verloederen. Nietwaar?
Con van Rijswijk, dé Netwerkbeheerder